Raad van State (België) 28 May 2014, 227583 (Arrest)

Also known as

De Raad van State verwerpt het cassatieberoep tegen de beslissing van de Kamer van beroep bij de DGEC van het RIZIV, waarbij de terugvordering van ten onrechte aangerekende verstrekkingen werd bevestigd op grond van de gemeenrechtelijke tienjarige verjaringstermijn voor onverschuldigde betaling. Als administratieve cassatierechter oordeelt de Raad van State dat de beoordeling van de redelijke termijn een feitelijke aangelegenheid is die aan de bodemrechter toekomt, en dat de beginselen van behoorlijk bestuur – waaronder het redelijketermijnbeginsel en het vertrouwensbeginsel – niet dienstig kunnen worden ingeroepen tegen jurisdictionele beslissingen. Nu de bodemrechter op onaantastbare wijze heeft vastgesteld dat de duur van de procedure de bewijsvoering en de rechten van verdediging niet heeft beïnvloed en de terugvordering binnen de wettelijke verjaringstermijn is geschied, kon hij wettig oordelen dat een eventuele overschrijding van de redelijke termijn geen gevolgen had voor de terugvordering van de ten onrechte geïnde prestaties.AI

Belgium · · · 28-05-2014

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAKA R R E S Tnr. 227.583 van 28 mei 2014in de zaak A. 210.520/VII-38.942.In zake : 1. de VZW SOLIDARITEIT VOOR HET GEZINLena VANBOCKSTAELEbijgestaan en vertegenwoordigd dooradvocaat Egbert Lachaertkantoor houdend te 9051 GentDriekoningenstraat 3bij wie woonplaats wordt gekozentegen :het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- ENINVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV)I.

Read the full text

This document is published by raadvst-consetat.be.

Moonlit adds the citation network, article-level links and cross-references, which are available to search for free.