Gerechtshof Den Haag 9 April 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:607

Also known as

Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het boetebeding in artikel 13 AVB-2011, op grond waarvan Envido een vergoeding vorderde van HTM wegens het in dienst nemen van voormalige Envido-medewerkers, nietig is wegens strijd met het belemmeringsverbod van artikel 9a Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi). Het hof stelt vast dat de beveiligers van Envido feitelijk onder leiding en toezicht van HTM werkten – nu HTM werktijden vaststelde, instructies gaf en de beveiligers voor hun functioneren verantwoording verschuldigd waren aan HTM – zodat sprake was van terbeschikkingstelling in de zin van artikel 1 lid 1 onder c Waadi en artikel 6 lid 2 van de Uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104/EG). De vordering van Envido ten bedrage van € 2.515.792,- wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Den Haag van 26 januari 2022 wordt bekrachtigd.AI

Netherlands · · · 09-04-2024

Bepaling waar vordering op is gebaseerd, is in strijd met artikel 9a Waadi. Vorderingen afgewezen.

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.309.220/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/597519 / HA ZA 20-791

Arrest van 9 april 2024

in de zaak van

Envido Contract-Management 4 B.V.

Read the full text

This document is published by uitspraken.rechtspraak.nl.

Moonlit adds the citation network, article-level links and cross-references, which are available to search for free.