Hoge Raad 18 April 2014, ECLI:NL:HR:2014:930

Also known as

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad dat een belastingaanslag niet tijdig is vastgesteld in de zin van artikel 11, lid 3, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) indien het aanslagbiljet weliswaar vóór het verstrijken van de driejaarstermijn is gedagtekend, maar de aanslag niet binnen die termijn op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Indien de aanslag pas na de dagtekening op de voorgeschreven wijze wordt bekendgemaakt, treedt de datum van bekendmaking in de plaats van de dagtekening, waarbij de bewijslast ter zake van de bekendmaking op de inspecteur rust. Aangezien niet aannemelijk is gemaakt dat het aanslagbiljet tijdig ter post is bezorgd en de uitreiking van een kopie pas na de wettelijke termijn plaatsvond, verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep gegrond en vernietigt hij de aanslag.AI

Netherlands · · · Cited by 154 · 18-04-2014

Formele relatie: In cassatie op : ECLI:NL:GHDHA:2013:3907, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Art. 5 AWR. Art. 11, lid 3, AWR. Art. 3:41 Awb. Aanslag binnen driejaarstermijn vastgesteld in geautomatiseerd systeem Belastingdienst, maar bewijs van verzending ontbreekt. Herijking van criteria voor inachtneming van de aanslagtermijn. Aanslag vernietigd.

18 april 2014

nr.

Read the full text

This document is published by uitspraken.rechtspraak.nl.

Moonlit adds the citation network (154 references), article-level links and cross-references, which are available to search for free.