Hoge Raad 29 January 2016, ECLI:NL:HR:2016:124
Also known as
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de inhoudingsplichtige ongegrond en bevestigt dat de verlenging van de pseudo-eindheffing hoge lonen (crisisheffing) voor het jaar 2014 op grond van artikel 32bd Wet LB 1964 niet in strijd is met artikel 1 Eerste Protocol EVRM, nu voldoende specifieke en dwingende redenen aanwezig waren – gelegen in de acute begrotingsnood en de verplichtingen uit het stabiliteits- en groeipact – die de aantasting van gerechtvaardigde verwachtingen rechtvaardigden. De keuze voor het loon van het voorafgaande kalenderjaar als eenvoudige heffingsgrondslag, ook voor zover dat loon vóór de aankondiging van de verlenging op 1 maart 2013 was genoten, valt binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever. De klachten over schending van artikel 14 EVRM en artikel 26 IVBPR falen eveneens, omdat de gemaakte onderscheiden in de vormgeving van de crisisheffing niet evident van redelijke grond ontbloot zijn.AI
Netherlands · · · Cited by 148 · 29-01-2016
Formele relatie: Conclusie: ECLI:NL:PHR:2015:2304, Contrair
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2015:2351, Bekrachtiging/bevestiging
Art. 32bd Wet LB 1964 (tekst 2014); art 1 Eerste Protocol. Verlenging crisisheffing voor 2014 blijft in stand. Art. 14 EVRM en art. 26 IVBPR.
29 januari 2016
nr. 15/03090
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V.
Read the full text
This document is published by uitspraken.rechtspraak.nl.
Moonlit adds the citation network (148 references), article-level links and cross-references, which are available to search for free.
Sign in to Moonlit