Hoge Raad 9 October 2026, ECLI:NL:HR:2026:1484

Also known as

In dit arrest oordeelt de Hoge Raad dat de Inspecteur op grond van artikel 16, lid 2, aanhef en letter c, AWR bevoegd was tot het opleggen van een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting, nu de kenbaarheid van de fout bij een te weinig geheven belasting van ten minste 30 procent wettelijk wordt vermoed en belanghebbende wist althans zich ervan bewust moest zijn dat de opgevoerde aftrekpost onjuist was. Voorts brengt het niet doen van de vereiste aangifte wegens een dergelijk inhoudelijk gebrek mee dat de omkering en verzwaring van de bewijslast geldt voor de gehele bestreden belastingaanslag en niet beperkt kan worden tot specifieke geschilpunten. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.AI

Netherlands · · · Cited by 1 · 09-10-2026

Formele relatie:In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2024:1586Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:130Conclusie: ECLI:NL:PHR:2025:200 HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/01480 Datum 9 oktober 2026 ARREST in de zaak van [X] B.V.

Read the full text

This document is published by uitspraken.rechtspraak.nl.

Moonlit adds the citation network (1 references), article-level links and cross-references, which are available to search for free.