Parket bij de Hoge Raad 26 June 2019, ECLI:NL:PHR:2019:708

Also known as

A-G IJzerman concludeert dat de Inspecteur bij het opleggen van de primitieve aanslag IB/PVV 2010 een ambtelijk verzuim heeft begaan door geen nader onderzoek in te stellen naar een mogelijk voordeel uit fictieve vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen (art. 4.16 lid 1 onderdeel e Wet IB 2001), nu de bekende omstandigheden – waaronder het fiscaal partnerschap, de aanwezigheid van een aanmerkelijk belang en het ontbreken van een beroep op de doorschuiffaciliteit – in onderlinge samenhang daartoe voldoende aanleiding gaven. De A-G betoogt voorts dat de Inspecteur het ambtelijk verzuim niet kon afweren met het argument dat de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat het vervreemdingsvoordeel in de aangifte van de fiscale partner was verantwoord, nu juist onderzoek naar die mogelijkheid in het partnerdossier geboden was. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond dient te worden verklaard.AI

Netherlands · · · Cited by 1 · 02-08-2019

Formele relatie: Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:1410

Navordering wegens niet aangegeven fictieve vervreemding van een aanmerkelijk belang bij overlijden. Onderzoeksplicht op basis van bekende gegevens, ambtelijk verzuim. Gebruik van gegevens uit de parallelle zaak mogelijk?

Read the full text

This document is published by uitspraken.rechtspraak.nl.

Moonlit adds the citation network (1 references), article-level links and cross-references, which are available to search for free.